Omgaan met instructies

De leerling heeft nood aan ondersteuningsmaatregelen die hem/haar toelaten adequaat om te gaan met instructies omdat …

DE LEERLING DE AANDACHT NIET KAN VASTHOUDEN TIJDENS INSTRUCTIES.

De leerkracht maakt de instructie korter (alleen bespreking opdrachten, korte aanduiding van oplossingsstrategie).

De leerkracht verlengt de instructie (herhaling na basisinstructie, helpen bij keuze juiste oplossingsstrategie).

De leerkracht betrek hem/haar frequent en actief bij de instructie (vraag of de instructie begrepen wordt en/of laat leerling herhalen wat hij moet doen).

De leerkracht maakt aan de leerling duidelijk hoelang de instructie ongeveer duurt voordat hij mag starten.

DE LEERLING TE WEINIG NEDERLANDS BEGRIJPT.

De leerkracht doet opdrachten voor en denkt als leerkracht soms hardop.

De leerkracht herhaalt de instructie met exact dezelfde woorden.

De leerkracht gebruikt visuele ondersteuning (bijv. gebaren,plaatjes, pictogrammen, rekenlijn, mab-materiaal).

De leerkracht laat hem/haar de instructie herhalen.

De leerkracht past het taalgebruik aan.

De leerkracht onderlijnt enkele kernwoorden in een schriftelijke instructie en/of pas het taalgebruik aan.

De leerkracht maakt gebruik van auditieve instructies (hardop voorlezen, instructie in een verhaal, liedje of rijmpje).

DE LEERLING GEEN (MEERVOUDIGE) INSTRUCTIES KAN ONTHOUDEN.

De leerkracht gebruikt materiële ondersteuning (bijvoorbeeld: kralenketting, rekenrek, blokjes, speciale pen).

De leerkracht maakt de instructie korter (alleen bespreking opdrachten, korte aanduiding van oplossingsstrategie).

De leerkracht doet bij de instructie beroep op zijn/haar voorkennis.

De leerkracht laat hem/haar de instructie herhalen.

De leerkracht geeft schriftelijke instructies, eventueel aangevuld door kernwoorden te onderlijnen.

De leerkracht feeft korte, heldere, enkelvoudige instructies.

Omgaan met instructies

De leerling heeft nood aan ondersteuningsmaatregelen die hem/haar toelaten adequaat om te gaan met instructies omdat …

DE LEERLING DE AANDACHT NIET KAN VASTHOUDEN TIJDENS INSTRUCTIES.

De leerkracht maakt de instructie korter (alleen bespreking opdrachten, korte aanduiding van oplossingsstrategie).

De leerkracht verlengt de instructie (herhaling na basisinstructie, helpen bij keuze juiste oplossingsstrategie).

De leerkracht betrek hem/haar frequent en actief bij de instructie (vraag of de instructie begrepen wordt en/of laat leerling herhalen wat hij moet doen).

De leerkracht maakt aan de leerling duidelijk hoelang de instructie ongeveer duurt voordat hij mag starten.

DE LEERLING TE WEINIG NEDERLANDS BEGRIJPT.

De leerkracht doet opdrachten voor en denkt als leerkracht soms hardop.

De leerkracht herhaalt de instructie met exact dezelfde woorden.

De leerkracht gebruikt visuele ondersteuning (bijv. gebaren,plaatjes, pictogrammen, rekenlijn, mab-materiaal).

De leerkracht laat hem/haar de instructie herhalen.

De leerkracht past het taalgebruik aan.

De leerkracht onderlijnt enkele kernwoorden in een schriftelijke instructie en/of pas het taalgebruik aan.

De leerkracht maakt gebruik van auditieve instructies (hardop voorlezen, instructie in een verhaal, liedje of rijmpje).

DE LEERLING GEEN (MEERVOUDIGE) INSTRUCTIES KAN ONTHOUDEN.

De leerkracht gebruikt materiële ondersteuning (bijvoorbeeld: kralenketting, rekenrek, blokjes, speciale pen).

De leerkracht maakt de instructie korter (alleen bespreking opdrachten, korte aanduiding van oplossingsstrategie).

De leerkracht doet bij de instructie beroep op zijn/haar voorkennis.

De leerkracht laat hem/haar de instructie herhalen.

De leerkracht geeft schriftelijke instructies, eventueel aangevuld door kernwoorden te onderlijnen.

De leerkracht feeft korte, heldere, enkelvoudige instructies.

Omgaan met instructies

De leerling heeft nood aan ondersteuningsmaatregelen die hem/haar toelaten adequaat om te gaan met instructies omdat …

DE LEERLING DE AANDACHT NIET KAN VASTHOUDEN TIJDENS INSTRUCTIES.

De leerkracht maakt de instructie korter (alleen bespreking opdrachten, korte aanduiding van oplossingsstrategie).

De leerkracht verlengt de instructie (herhaling na basisinstructie, helpen bij keuze juiste oplossingsstrategie).

De leerkracht betrek hem/haar frequent en actief bij de instructie (vraag of de instructie begrepen wordt en/of laat leerling herhalen wat hij moet doen).

De leerkracht maakt aan de leerling duidelijk hoelang de instructie ongeveer duurt voordat hij mag starten.

DE LEERLING TE WEINIG NEDERLANDS BEGRIJPT.

De leerkracht doet opdrachten voor en denkt als leerkracht soms hardop.

De leerkracht herhaalt de instructie met exact dezelfde woorden.

De leerkracht gebruikt visuele ondersteuning (bijv. gebaren,plaatjes, pictogrammen, rekenlijn, mab-materiaal).

De leerkracht laat hem/haar de instructie herhalen.

De leerkracht past het taalgebruik aan.

De leerkracht onderlijnt enkele kernwoorden in een schriftelijke instructie en/of pas het taalgebruik aan.

De leerkracht maakt gebruik van auditieve instructies (hardop voorlezen, instructie in een verhaal, liedje of rijmpje).

DE LEERLING GEEN (MEERVOUDIGE) INSTRUCTIES KAN ONTHOUDEN.

De leerkracht gebruikt materiële ondersteuning (bijvoorbeeld: kralenketting, rekenrek, blokjes, speciale pen).

De leerkracht maakt de instructie korter (alleen bespreking opdrachten, korte aanduiding van oplossingsstrategie).

De leerkracht doet bij de instructie beroep op zijn/haar voorkennis.

De leerkracht laat hem/haar de instructie herhalen.

De leerkracht geeft schriftelijke instructies, eventueel aangevuld door kernwoorden te onderlijnen.

De leerkracht feeft korte, heldere, enkelvoudige instructies.