Ondersteuningsmaatregelen

INSTRUCTIES

Aandachtsproblemen
  • Maak de instructie korter (alleen bespreking opdrachten, korte aanduiding van oplossingsstrategie).
  • Herhaal de instructie (herhaling na basisinstructie, helpen bij keuze juiste oplossingsstrategie).
  • Betrek hem/haar frequent en actief bij de instructie (vraag of de instructie begrepen wordt en/of laat leerling herhalen wat hij moet doen)
  • Maak duidelijk hoelang de instructie ongeveer duurt voordat hij mag starten.
Taalproblemen
  • Doe opdrachten voor en denkt als leerkracht soms hardop.
  • Herhaal de instructie met exact dezelfde woorden.
  • Gebruik visuele ondersteuning (bijv. gebaren,plaatjes, pictogrammen, rekenlijn, mab-materiaal).
  • Laat de instructie herhalen
  • Pas het taalgebruik aan.
  • Onderlijn enkele kernwoorden in een schriftelijke instructie en/of pas het taalgebruik aan.
  • Maak gebruik van auditieve instructies (hardop voorlezen, instructie in een verhaal, liedje of rijmpje).
Memoriseren
  • Gebruik materiële ondersteuning (bijvoorbeeld: kralenketting, rekenrek, blokjes, speciale pen).
  • Maak de instructie korter (alleen bespreking opdrachten, korte aanduiding van oplossingsstrategie).
  • Doe bij de instructie beroep op zijn/haar voorkennis.
  • Laat de instructie herhalen.
  • Geef schriftelijke instructies, eventueel aangevuld door kernwoorden te onderlijnen.
  • Geef korte, heldere, enkelvoudige instructies.

WERKTEMPO

Inschatten tijdsinvestering
  • Vermeldt hoeveel tijd hij/zij nodig heeft om de opdracht (kwaliteitsvol) af te werken.
  • Deel de opdracht op in kleinere deeltaken.
Laattijdig starten
  • Geef duidelijk aan wanneer de opdracht start zodat hij/zij aandachtig en tijdig start.

ZELFSTANDIGHEID

Probleemoplossend werken
  • Geef ruimte om eigen opvattingen, ervaringen en ideeën in te brengen.
  • Creëer (stapsgewijs meer) ruimte voor de inbreng van leerlingen.

FAALANGST

Vermijdingsgedrag (moeilijke taken)
  • Aangeven dat fouten maken mag en leren om te gaan met fouten en mislukkingen
  • Procesgerichte feedback en procesgerichte complimenten
  • Werken met deeltaken
  • Kritische feedback en uitdagende taken (zone van naaste ontwikkeling)
  • Leren en presteren relativeren (er zijn nog andere dingen belangrijk)
Negatief zelfbeeld
  • Positieve aandacht en ondersteuning
  • Negatieve gedachten omzetten in positieve gedachten
  • Accepteren van sterke en zwakke kanten van zichzelf
  • Bewustmaking van successen